Waarmee kunnen wij helpen?


Leaseofferte aanvragen

Personenwagen Bedrijfswagen

Fiscaal nieuws

Uniform loonbegrip: wat doet dat met de auto van de zaak?

Deze maand is de nieuwe Wet Uniformering Loonbegrip in het Staatsblad gepubliceerd. Dat betekent dat deze wet definitief ingaat per 2013. Maar wat betekent dat voor de auto van de zaak?

De nieuwe Wet Uniformering Loonbegrip regelt een vereenvoudiging van de loon- en premieheffing, kortom: van de loonstrook. Het doel van de wet is het wegnemen van verschillen in het bedrag waarover nu loonbelasting, premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage voor de zorgverzekeringswet worden geheven. Eén van die verschillen is op dit moment de auto van de zaak. Deze telt niet mee voor de werknemersverzekeringen, maar wel voor de andere heffingen. Met de invoering van deze nieuwe wet verandert dat per 2013 en telt de auto mee voor alle heffingen.

Voor veel berijders en werkgevers verandert er hierdoor niets. De premieheffing vindt namelijk niet over het volledige loon plaats, maar tot een maximum dagloon. Dat bedraagt op dit moment ruim 50.000 euro. Het kabinet schat in dat zo’n 70% van de werknemers met een auto van de zaak ook zonder bijtelling van de auto al boven of rond dat maximum dagloon zit. De bijtelling heeft dan nauwelijks of geen invloed op de hoogte van de premieheffing of op de hoogte van een eventuele uitkering in de toekomst.

Kamerleden hebben bij de behandeling uitdrukkelijk gevraagd naar de gevolgen van wijzigingen na afloop van het jaar. Met name indien later blijkt dat de rittenregistratie niet op orde is. Wat is bijvoorbeeld de rol van de werkgever in zo’n situatie en is de werkgever dan aansprakelijkheid voor de eventuele hogere premieheffing? Belangrijk is dat het wetsvoorstel Uniformering Loonbegrip op dit punt is aangepast: De te weinig betaalde premies werknemersverzekeringen worden in zo’n situatie niet nageheven bij de werkgever, maar bij de werknemer. Ook hierbij geldt het maximale dagloon. De gegevens van de naheffing worden in de polisadministratie verwerkt, zodat ook een eventuele uitkering hoger kan worden. Ook na invoering van deze nieuwe wet per 2013 blijft de werkgever dus in principe gevrijwaard van naheffingen. Belangrijke eis daarvoor is wel dat hij beschikt over een verklaring geen privégebruik van de betreffende werknemer.

22-02-2012


Fiscus gaat bezwaren schikken (update)

De belastingdienst heeft de afgelopen twee jaren zeer grote hoeveelheden bezwaarschriften tegen BPM-aanslagen ontvangen. In verband met de werkdruk worden deze nu afgehandeld via een schikking.

Een deel van de bezwaren gaat over de tot 1 juli 2011 gehanteerde werkwijze van de fiscus bij de invoer van jonge gebruikte auto’s. Als de fiscus van mening was dat er een hoger BPM-bedrag verschuldigd was dan was aangegeven, werd het verschil meestal op een juridisch onjuiste wijze alsnog geheven. Daarover zijn inmiddels meerdere procedures gevoerd, waarin de fiscus in het ongelijk is gesteld.

Een ander deel van de bezwaren gaat over de nieuwe wettelijke regeling van de vaststelling van de rest-BPM, waarbij een vergelijking plaatsvindt met de historische inkoopwaarde. Die inkoopwaarde, waarbij een korting van 12% op de verkoopwaarde plaatsvindt, is omstreden en door Rechtbank Arnhem afgekeurd. Later dit jaar volgt daar een uitspraak van de Hoge Raad over.

In verband met de fors opgelopen hoeveelheid bezwaarschriften, wacht de belastingdienst de uitkomst van die procedure echter niet af. Uit een brief die in het bezit is van AMD automotive fiscalisten, blijkt dat de fiscus belanghebbenden het voorstel doet om te schikken onder de voorwaarde dat het bezwaar wordt ingetrokken.

Deze praktijk staat niet op zichzelf. Dagblad De Telegraaf van 14 februari 2012 meldt dat er ook andere bezwaarschriften (bijvoorbeeld over de bijtelling voor privégebruik) ongezien afgedaan worden omdat er op dit moment bijna 110.000 bezwaarschriften op afhandeling wachten. De staatssecretaris heeft daar voor de BNR microfoon dezelfde dag nog op gereageerd door te stellen dat deze bezwaarschriften wel degelijk individueel zullen worden afgedaan. Hiervoor worden binnen de belastingdienst 100 tot 200 medewerkers tijdelijk vrijgemaakt.

14-02-2012


Is uw bestelauto uitgezonderd van de bijtelling?

Voor bestelauto’s is de bijtelling voor privégebruik lang niet altijd van toepassing. Er geldt namelijk een belangrijke uitzondering op de bijtelling: Bestelauto’s die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt zijn voor goederenvervoer, vallen niet onder de bijtelling.

Het grote voordeel van die uitzondering is dat er dan geen rittenregistratie bijgehouden hoeft te worden. Maar er is ook geen Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto nodig, zodat ook alle risico’s op naheffing en boetes die aan zo’n verklaring kleven, niet aan de orde zijn.

Voorwaarde is wel dat de bestelauto “door aard of inrichting” voor goederenvervoer bestemd is. De laatste paar weken is er weer een behoorlijk aantal uitspraken gedaan in procedures over deze uitzondering.

Die nieuwe uitspraken bevestigen de al eerder ingezette lijn. Op basis daarvan kan de conclusie worden getrokken dat het voor deze uitzondering niet nodig is dat de bestelauto slechts over één stoel beschikt. Maar als er een bijrijdersstoel of bijrijdersbankje aanwezig is, moet die bijrijder wel nodig zijn voor noodzakelijke hulp bij laden en lossen. Ook de aard van de auto (bijvoorbeeld een zeer grote en hoge bakopbouw) of de specifieke inrichting kunnen ervoor zorgen dat de uitzondering toegepast kan worden. En ten slotte kunnen ook de door het bedrijfsmatige gebruik veroorzaakte stank en stof er voor zorgen dat de bestelauto uitgezonderd is van de bijtelling voor privégebruik.

09-02-2012


Autokosten van vrijwilliger zijn aftrekbaar als gift

<p class="bodytext">Vrijwilligers van algemeen nut beogende instellingen kunnen hun autokosten als gift aftrekken in hun aangifte inkomstenbelasting. Ook bestaat de mogelijkheid van vergoeding van de werkelijke kilometerkosten.

In een deze week gepubliceerde zaak trok een kandidaat gemeenteraadslid van een politieke partij autokosten af onder de noemer giftenaftrek. Deze autokosten had hij gemaakt in het kader van een verkiezingscampagne. Omdat hij deze kosten niet bij zijn partij kon declareren, had hij ze in zijn aangifte als gift verwerkt. Daar ging de rechter echter niet in mee. De rechter oordeelde namelijk dat van een gift in de vorm van het afzien van vergoeding van kosten geen sprake is, als deze vrijwilliger de kosten sowieso niet had kunnen declareren.

Voor vrijwilligers geldt als hoofdregel dat reiskosten met een auto vergoed mogen worden. Als de vrijwilliger alleen een kostenvergoeding krijgt, mogen de autokosten voor de werkelijke kilometerkosten vergoed worden. De beperking tot 19 eurocent per kilometer geldt dan niet.

Zou de instelling in principe wel bereid zijn om de kosten te vergoeden, maar ziet de vrijwilliger zelf af van het declareren van zijn autokosten, dan kan er sprake zijn van een aftrekbare gift. In dat geval kan de vrijwilliger in zijn aangifte inkomstenbelasting een bedrag van 19 eurocent per kilometer in aftrek brengen.

02-02-2012


Weekers: Interessante plannen van B50 tegen files

“Files kosten tijd en geld, daarom ben ik erg blij met alle voorstellen vanuit het bedrijfsleven om ze aan te pakken” aldus staatssecretaris Frans Weekers van Financiën in zijn reactie op de voorstellen van de B50 om files te bestrijden.

Deze werkgroep mobiliteitsbudget van 50 grote Nederlandse werkgevers doet in een deze week gepubliceerde rapportage suggesties voor een Slim Reisbudget voor bedrijven. Een Slim Reisbudget is een mobiliteitsbudget dat mensen stimuleert om minder, duurzamer of buiten de spits te gaan reizen. In verband met dat laatste doet de werkgroep voorstellen voor fiscale filebestrijding voor werknemers met en zonder auto van de zaak.

Voor werknemers met auto van de zaak wordt een bonus/malus leasebudget voorgesteld. Hierbij wordt de werknemer door middel van een variabel budget gestimuleerd om minder en zuiniger te rijden of met het openbaar vervoer te reizen. Als de werknemer hierdoor tegen lagere kosten kan reizen, kan dat hem een persoonlijk voordeel opleveren. Meerkosten kunnen tot een malus leiden. De werkgroep stelt voor om die malus aftrekbaar te maken van de bijtelling. Ook pleit de werkgroep voor een flexibele bijtellingsregeling, waarbij de bijtelling afhankelijk is van de mate van privégebruik.

Voor werknemers zonder auto van de zaak, wordt een persoonlijk mobiliteitsbudget voorgesteld. Met dit voorstel krijgt de werkgever de mogelijkheid om concreet te sturen op het aantal reizen en de wijze van vervoer. Het budget zorgt voor een prikkel die steeds leidt tot de vraag of de reis noodzakelijk is en of welk vervoermiddel het geëigende middel is om de reis te maken.

De werkgroep stelt voor om de huidige fiscale ruimte van de onbelaste kilometervergoeding van 19 eurocent op bedrijfsniveau te mogen herverdelen onder de medewerkers.

Weekers geeft aan dat dit voorstel een stelselwijziging betekent die goed moet worden doorgerekend op budgettaire gevolgen en administratieve lasten voor het bedrijfsleven. Hij laat daarom beide voorstellen verder bestuderen door enkele  ambtenaren en de opstellers van het rapport.

25-01-2012


Wordt de onbelaste kilometervergoeding gewijzigd?

Door Tweede Kamervragen over een radio-interview met Guido van Woerkom van de ANWB is deze week de hoogte van de onbelaste kilometervergoeding weer in de belangstelling komen te staan.

In dat interview sprak Van Woerkom de vrees uit dat de onbelaste kilometervergoeding wordt verlaagd. In antwoord op de Kamervragen (18 januari 2012) neemt Staatssecretaris Weekers die vrees niet weg. Nadat de Studiecommissie belastingstelsel eerder al onderzoek had gedaan naar de milieueffecten van het verlagen van de onbelaste kilometervergoeding, wordt dit voorjaar namelijk opnieuw een onderzoek gedaan. Dit nieuwe onderzoek richt zich op de effecten die een verlaging kan hebben in het kader van de filebestrijding. Als mogelijk nieuw onbelast vergoedingsbedrag wordt een bedrag van 13 cent per kilometer genoemd. Het is allerminst zeker dat deze verkenning ook daadwerkelijk tot wetswijziging zal leiden, daarvoor moeten de resultaten van het onderzoek afgewacht worden. De Tweede Kamer zal hier voor het zomerreces over worden geïnformeerd.

20-01-2012


Zorgvuldigheid is vereist bij bijhouden rittenregistratie

Het bijhouden van een rittenregistratie ter voorkoming van de bijtelling vereist een zorgvuldige vastlegging van de gereden kilometers. In een recente zaak legde de rechter de eisen als volgt uit: Een rittenadministratie dient niet bij voorbaat te worden verworpen als deze niet aan alle vereisten van de belastingdienst voldoet, maar de administratie in combinatie met andere bewijsmiddelen moet wel ten minste zodanig sluitend zijn dat daaruit eenduidig kan worden afgeleid hoeveel kilometers er zakelijk en privé met auto zijn gereden.

De belastingdienst had in deze zaak de rittenregistratie onder andere vergeleken met gegevens van verkeersovertredingen. Daarbij bleek dat er in een jaar zeven overtredingen waren begaan op locaties die niet overeenkwamen met de ritten in de rittenregistratie.

Veel van deze verschillen waren in dit geval te verklaren met ritten die door collega’s met deze auto waren gemaakt. Deze ritten waren niet in de rittenregistratie opgenomen. Dat de wel opgenomen ritten qua kilometerstanden toch op elkaar aansloten, werd waarschijnlijk veroorzaakt doordat de secretaresse van deze berijder de rittenregistratie verzorgde, los van de werkelijke stand van de kilometerteller. De rechter oordeelde dat van deze zakelijke ritten door collega’s ook de gereden afstand, het beginadres en het eindadres en de begin- en eindstand van de kilometerteller genoteerd hadden moeten worden om een sluitend geheel te krijgen.

Kleine fouten hoeven niet meteen tot het volledig verwerpen van de rittenregistratie te leiden. Dat blijkt ook uit eerdere rechtszaken. In dit geval was de omvang van de verschillen echter te groot en waren er bovendien vraagtekens te plaatsen bij een aantal verklaringen over de ontbrekende ritten. Zorgvuldigheid blijft dus geboden.

In hoger beroep woog tenslotte ook nog vrij zwaar mee dat er geen enkel bewijsstuk was waaruit de werkelijke kilometerstanden, bijvoorbeeld bij het begin en einde van het jaar, konden worden afgeleid.

20-01-2012


Nieuwe lijst voor versnelde afschrijving en milieu-investeringsaftrek

De nieuwe milieulijst voor het jaar 2012 is gepubliceerd. Wij hebben voor u de belangrijkste wijzigingen voor personen- en bestelauto’s op een rijtje gezet.

Investeringen die op de milieulijst voorkomen, komen in aanmerking voor versnelde afschrijving en/of voor milieu-investeringsaftrek. De versnelde afschrijving levert een liquiditeits- en rentevoordeel op. De milieu-investeringsaftrek (MIA) is een extra fiscale aftrekpost, die kan oplopen tot 36% van het investeringsbedrag.

Voor personenauto’s is een belangrijke constatering dat de milieulijst 2012 niet veel afwijkt van de lijst voor het jaar 2011. Op een elektrische auto of een plug-in hybride auto met een CO2-uitstoot lager dan 50 gram/km kan ook in 2012 versneld worden afgeschreven en geldt de MIA van 36%. Ook oplaadpunten komen hiervoor in aanmerking.

Auto’s die qua CO2-uitstoot in aanmerking komen voor 14% bijtelling, kunnen ook profiteren van versnelde afschrijving. Opvallend is wel dat voor de versnelde afschrijving op deze zeer zuinige auto’s vanaf 1 januari 2012 al de nieuwe CO2-normen gelden die voor de bijtelling pas gaan gelden vanaf 1 juli 2012. Versnelde afschrijving is mogelijk als de uitstoot niet hoger is dan 91 gram/km bij dieselauto’s en 102 gram/km in andere gevallen.

Ook de aardgasauto blijft onder de regeling voor de versnelde afschrijving vallen. De regeling voor de hybride bestelauto is per 2012 vervallen.

Om voor deze regelingen in aanmerking te komen moet de investering binnen 3 maanden na het aangaan van de verplichtingen worden aangemeld bij Agentschap NL.

12-01-2012



SmiLease Euromobil Sitemap  |  Disclaimer  |  Vacatures